Oerol XTR - Rik van den Bos

In gedachten

In gedachten

Waarschijnlijk hebben wij het afgelopen jaar meer gereisd dan welk ander jaar in de geschiedenis van de mensheid ook.

Ok, de vliegtuigen stonden ergens leeg en ingepakt in een loods, de snelwegen waren, net als de treinen, overwegend leeg. Ook al zaten we thuis, in gedachten gingen we massaal op reis.

Dwaalden we af naar verzorgingstehuizen om oude moeders in onze armen te nemen, waar we eigenlijk vanaf de straat alleen maar dommig naar mochten staan zwaaien.

Kleedden we ons mooi aan vertrokken naar de supermarkt alsof we tóch naar eindexamengala’s en introductiefeesten gingen.

Zelfs de marktkoopman, die anders nooit om een praatje verlegen zit, wist niet goed wat hij moet beginnen met al die veel te mooi uitgedoste mensen aan zijn kraam. Die tegen hem spraken alsof hij de sommelier was van een wijnbar in Barcelona.

Die niet uitgepraat raakten over de aardappelen (‘Uit welke streek komen ze? En zijn ze van een goed jaar?’).

We bezochten vrienden en familie in het buitenland. We vierden Kerst of wat voor feest dan ook aan een lange goedgevulde eettafel, waar iedereen was en niemand ontbrak. Het werd nieuwjaar, en met oud en nieuw droomden we weg naar een gigantisch feest waar iedereen tot vroeg in de ochtend zijn benen uit zijn lijf danste. Terwijl je in werkelijkheid een beetje melig stond te staren naar een lullige eenzame vuurpijl van vorig jaar die voor de vorm maar werd afgestoken, ergens verderop in de halflege straat.

Het werd winter en we staarden het raam uit, de slagregen in, maar diep vanbinnen gingen we op vakantie naar een zonnig land. Of op wintersport. Of op weg naar carnaval. Of dan maar naar kantoor als het moet. Of de collegezaal. Of dan toch in elk geval naar de binnenspeeltuin, om in vredesnaam dat huis maar even uit te komen met dat kind. Om het gewoon in een ballenbak te kunnen zetten zodat je in je eentje een bak slechte koffie kan drinken aan een plastic tafeltje. Om zo éven opgelucht op adem te komen in de lelijkste omgeving uit de geschiedenis van de mensheid.

We vierden tóch die afgelaste bruiloft, dat jubileum, dat afscheid van het werk of wat dan ook.

We hebben in ons hoofd gefeest,

En we hebben in ons hoofd afscheid genomen. Van de mensen om ons heen die écht aan een reis begonnen. Een laatste reis. In besloten kring.

We zaten thuis, staken een kaarsje aan en hebben daar dan maar onze speeches gehouden. Iemand die achterbleef getroost. Of gewoon nog even wat gepraat met iemand die er nu niet meer is. Om gewoon nog maar even iets te zeggen, wat je nu nog steeds in stilte doet, omdat woorden die nooit zijn aangekomen nou eenmaal rond blijven zweven in je hoofd.

Het afscheid van Joop Mulder was voor ons Oerolliefhebbers zo’n moment.

Een foto van een snor met bloemen op een onbereikbaar, imaginair eiland, dat is wat er in werkelijkheid was.

Maar in gedachten zijn mensen uit het hele land naar het noorden afgereisd. Is er een lange, lange erehaag geweest. Reed er een witte auto stapvoets langs een onmetelijke rij met mensen, zijn er bloemen gelegd, blikken van verstandhouding gewisseld, laatste woorden gezegd. Oude vrienden zijn gezien, verdriet is gedeeld. Er is afscheid genomen, een monument opgericht en respect betuigd.

Het is gek dat dit eigenlijk helemaal nooit is gebeurd. We waren er niet. We zaten thuis. Maar als je je iets voorstelt? Als je in je eentje, diep van binnen iets samen hebt beleefd. Is het dan toch een beetje echt gebeurd?

Deel deze pagina