Nieuws  15 juni 2020

Rodaan Al Galidi

Staat van de Dag, maandag 15 juni 2020 [English version below]

Wake up and dream

Jarenlang hoorde ik over Oerol. Dat het festival echt iets voor mij was. Als mensen vertelden over Oerol en wat ze daar hadden meegemaakt, dan werd het festival en het eiland in mijn verbeelding zo mooi, dat ik dacht: dat kan in de realiteit nooit zo zijn. Dus ging ik nooit en had ik altijd de alleen mijn verbeelding van Oerol. Maar dit jaar, nu Oerol alleen maar verbeelding is, zou ik het juist graag in het echt willen zien.

Dierbaren, hoe jammer dat jullie dit jaar niet over de Waddenzee naar Terschelling kunnen reizen om daar overspoeld te worden door de schoonheid van theater en muziek en kunst in de duinen, op het strand, in de dorpjes. Hoe fijn dat het wel kan door over en door jullie gedachten te zeilen. Dit jaar bezoeken jullie niet één eiland, maar alle eilanden. Jullie gaan niet één festival bezoeken, maar alle festivals.

Eens zat ik in een kleine cel in Irak. Ik was, net als nu, geen held. Maar de celletjes waren populairder dan de AirBNBtjes in Amsterdam voor de coronatijd, en ze waren vooral gratis. Honderden duizenden voor mij hadden al in die cel verbleven. De cel was klein en het was er donker. Ik dacht: ik kom hier nooit meer uit, en als ik eruit kom ben ik of gek of een lijk. De cel verlamde mijn ziel en mijn lichaam. Niets kon mij daarvan redden, niet de literatuur die ik had gelezen, niet de kunst die ik had gezien, niet de muziek die ik had gehoord, niet God voor wie ik had gebeden. Nee, het was een gaatje in de muur dat mij redde en mij liet ontsnappen.

De eerste uren kon ik niets zien. Ik wist niet of de tijd doorging en vergat mijn ogen. Maar plots zag ik iets. Een draadje van licht. Als spinrag. In het begin praatten we niet met elkaar, want ik had haar niet gezien zoals zij wilde, maar dag na dag begon ik haar beter te begrijpen. Ik voelde me veilig als zij er was. Mijn hand was een deur voor haar. Als ik hun schoenen hoorde komen, verstopte ik haar. Als de voetstappen verdwenen, opende ik voor haar de deur van mijn koude, donkere wereld. De hele dag praatten we. ‘s Nachts ging ze weg. Dan dacht ik aan de lange afstanden die ze dagelijks aflegde vanaf de warme velden van de zon, daar waar haar huis was, tot ze bij mij aankwam om mij in die donkere tijden gezelschap te houden. In de ochtendschemering was ze koud en loom, alsof ze gaapte. Op het midden van de dag was ze sterk en tijdens de zonsondergang zacht en slaperig. Ik zag haar steeds duidelijker. Ik voelde haar. Ik voelde het kloppen van de planeten die zij op haar weg was tegengekomen, de hemelen waar ze doorheen getrokken was. Ik kende haar gevecht met het stof uit het universum, de meteoren, de mist van de rook van oorlogen, die haar probeerden tegen te houden. De trekvogels en de vliegers die uit handjes naar de blauwe hemel vluchtten. Zij opende de deur van mijn cel. Ze liet mij de seizoenen zien. Ik zag de lente en haar gekte, de vogels, de nesten, het groen. Ik voelde dat het zomer was, de warmte en haar dadelbomen, schaduw, de rivieren, het springende water dat zich van de berg naar beneden stortte. Ik zag de vallende bladeren van de herfst en de winter met zijn wachten.

Op een dag voelde ik iets groeien. Een zaadje, dat misschien met het eten dat ze onder de deur doorschoven om mijn wachten te verlengen mee was gekomen, was ontkiemd. Vanaf dat moment was ik ook ‘s nachts niet meer alleen. Ik kende haar naam niet, maar wist dat ze met mij op het lichtdraadje wachtte. Dat gaf mij rust. Als ik wilde slapen, ging ik voorzichtig liggen om haar geen pijn te doen. Werd ik wakker, dan raakte ik haar zachtjes met mijn vinger aan en telde ik haar blaadjes. Eerst was het er een. Daarna twee. Daarna drie. Klein en zacht. Bij die aanraking voelde ik voor het eerst mijn vingers weer. Langzaam groeide ze in de richting van de draad van licht, tot ze elkaar op een dag omhelsden. Ze was geel door haar moeilijke tijd in het donker. Wat me verbaasde was dat ze niet verder omhoog ging. Ze groeide naar beneden, de lijn van het licht vasthoudend, terwijl ze wist dat ze dan nooit meer zou kunnen staan. Ze groeide als een slang om een magische staf richting de grond om de draad van licht. Met de tijd werd ze groen en kreeg ze haar geur. Misschien was het haar geheime taal met het licht. De geur van een vrouw die zwemt in een stromende rivier. Ik bracht mijn neus dicht bij haar en rook. Ze was als de dauw. Als het land.

Toen ik de cel uitkwam, zeiden de mensen dat ik rustig was. ‘Je ziet er goed uit, je zat toch in de cel?’, vroegen ze verbaasd.

‘Nee hoor’, zei ik dan. ‘Ik was op de breedste reis op aarde en de hoogste reis door het universum.’

Vanaf dat gaatje in die cel en dat plantje geloof ik dat de wereld in mij een gat nodig heeft, en een zaadje, om verbonden te worden met het universum buiten. Als ik het verbind, dan ben ik niet meer afhankelijk van mijn verleden of mijn toekomst. Dan ben ik niet sterfelijk en niet voor altijd. Dan ben ik vrij. Omdat het universum buiten klaar staat om door gaten celletjes binnen te komen.

Misschien is Oerol dit jaar wel mooier dan ooit, juist omdat het echte Oerol er niet is, maar alleen de verbeelding ervan. Het echte Oerol wordt nu iets wat wij willen bereiken, niet de droom van Oerol terwijl we er middenin zitten. Ik moet denken aan de titel een cd van Admiral Freebee: Wake up and dream. Ik hoop dat we dit jaar, terwijl we aan het dromen zijn over het eiland vol muziek en theater, wakker worden en dan verder dromen. Misschien is dat de enige toekomst die we hebben: dat de droom realiteit wordt en de realiteit een droom.

Als excuus voor dit artikel, eindig ik het graag met een gedicht dat ik niet lang geleden in deze bijzondere en bizarre tijd schreef:

Toen de mens anderhalve meter afstand ver was,
kwam de lente dichterbij.
De kersenboom bezocht me door het raam.
‘Schrijf gedichten over mij’, zei ze.
‘Ik heb net
mijn hardste tijd
achter de rug. En nu
ben ik volledig druk
om genoeg kilo’s kersen te maken
voor komende zomer.’

Ik luisterde en dacht: deze dame
praat al jaren met mij.
Maar pas net

heb ik haar gehoord.

Download PDF NL
Download PDF ENG

Deel deze pagina