Nieuws  16 juni 2019

Oerol dagkrant / Spelen in de beschermde natuur

De één is de bruine kiekendief, een havikachtige roofvogel die van muizen en rietland houdt. De ander is de dennenorchis, een wit bloempje dat enkel in naaldbossen groeit. Allebei zeldzame, beschermde soorten en allebei ontdekt op een Oerol-speellocatie.

tekst Teun Grondman fotografie Diewke van den Heuvel illustraties Emma Ringelding

Wanneer een beschermd organisme eenmaal op een terrein wordt ontdekt, mag je er niet zomaar meer komen. Een groot probleem, als je net had bedacht om er een voorstelling te spelen. De makers van de voorstellingen Technostalgia en Eindgebruiker kregen respectievelijk te maken met de vogel en het plantje. Wat doe je, als moeder natuur in verzet komt?

‘We hadden vijf dagen om drie weken werk opnieuw te doen,’ zegt Ulrike Quade, die samenwerkt met componistenduo Strijbos & Van Rijswijk in Technostalgia. In het verhaal van de voorstelling is de aarde door menselijk toedoen onleefbaar geworden en is iedereen gevlucht naar Mars, waar vrij snel dezelfde problemen de kop opstaken. Tijdens de show dwaalt de bezoeker met een koptelefoon en een iPad door de verlaten duinen, een post-postapocalyptische planeet.

Althans, dat was het plan. Want vorige week vrijdag werd een broedende bruine kiekendief ontdekt, en daar mag je in een straal van 150 meter niet bij in de buurt komen. De keuze was snel gemaakt. Ulrike: ‘Of we spelen niet, of we spelen anders.’ Het team verplaatste de gehele show: van een lege duinkuil naar Kaap Hoorn, een nabijgelegen strandpaviljoen omringd door Coca-Cola-parasols.

Het publiek van Technostalgia loopt nu met futuristische uitrusting pal langs de bezoekers van Kaap Hoorn. ‘Je moet spelen met wat je krijgt,’ zegt Ulrike rustig. ‘Er is nu een mooi spanningsveld tussen de mensen die kijken en de mensen die er zijn. Het sluit ook goed aan op de voorstelling, waarvan de laatste zin luidt: ‘Je kunt alleen jezelf nog tegenkomen.’ De andere mensen zijn onderdeel van de voorstelling, kopieën van kopieën van een uitgestorven soort.’

De iPad die bezoekers bij zich dragen, ‘activeert’ de omgeving en zo worden teksten en muziek in het landschap geplaatst. Hiervoor ontwikkelden Strijbos & Van Rijswijk met Elephant Candy een speciale app, Walk With Me. ‘Die moest in korte tijd helemaal opnieuw worden geprogrammeerd,’ zegt Jeroen Strijbos. ‘En naast de kiekendief hadden we nog een calamiteit: door een update van Apple werkte de app niet meer goed. We wisten dat andere apps hier ook last van zouden gaan hebben, maar eigenlijk waren wij zo’n beetje de eersten ter wereld die er tegenaan liepen en er vervolgens omheen moesten werken.’ Zelfs met alle noodsituaties bleef het team kalm. ‘Je kunt niet anders,’ zegt Ulrike, ‘het is groter dan wij.’

Ook een stukje verderop, op het terrein rond de Folkshegeskoalle, werden spelers geconfronteerd met de natuur. Daar bleek de piepkleine dennenorchis te groeien, in groepjes verspreid in het naaldbos. Hierdoor moest toneelgroep Waterlanders de voorstelling Eindgebruiker aanpassen. Eric Langendoen, speler en vormgever bij Waterlanders: ‘De voorstelling heeft meerdere speelplekken. We wilden eerst een rondje lopen, van scène naar scène, maar door de dennenorchis was dat niet mogelijk. We moesten de looproutes aanpassen. Het publiek keert nu tussen scènes steeds terug naar het hoofdpad.’

Eindgebruiker geeft aan de hand van de mythe van Prometheus, die het vuur van de goden stal, commentaar op de manier waarop de moderne mens met de aarde omgaat. Want wat voor narigheid heeft de mens allemaal aangericht met het gestolen vuur? In de voorstelling komen alle moderne kwesties aan bod: klimaatverandering, oorlog, overheersende technologie en de schijnbare onbegrensde maak- en kneedbaarheid van de wereld.

De dennenorchis is de kers op de taart van Eindgebruiker. Overal in het bos zijn kleine stukjes afgezet met Natuurmonumentenlint. Zelfs met deze duidelijke markeringen is het plantje zelf nauwelijks zichtbaar. Alleen als je bukt, zie je de tere stengeltjes die voorzichtig tussen de laag dennennaalden uitkomen. Het is de perfecte metafoor voor de kwetsbaarheid van de natuur. Dat ze er zijn is een goed teken. Eric: ‘De dennenorchis groeit alleen in dennenbos dat minstens honderd jaar oud is. In 2006 speelden we hier vlakbij, toen groeide hier nog niets.’

Wil je als bezoeker trouwens optimaal genieten van Eindgebruiker, ga dan zo laat mogelijk: ‘De bloeiperiode is juni. Nu zitten ze nog in knop, maar gedurende het festival komen de bloempjes er waarschijnlijk aan.’

WaterlandersEindgebruiker

Ulrike Quade Company / Strijbos & Van RijswijkTechnostalgia

15 juni 2019

Oerol dagkrant / We zijn Robert vergeten. En Harm. En Pim!

Deel deze pagina