Nieuws  19 juni 2019

Oerol dagkrant / Duister en hypergestileerd

Thomas Dudkiewicz houdt van minimalisme. Vorig jaar zat hij in de onemanshow Bedtime Stories in een geruit overhemd aan een tafel onder een afdakje. Dit jaar zijn het afdakje, de tafel, en de ruitjes weg. Wat overblijft, is het ijzersterke verhaal.

tekst Teun Grondman foto Robin Alysha Clemens

Bobby Baxter vertelt het verhaal van Hamstraden, een dorpje met zes inwoners. Er lijkt niets aan de hand, maar hoe langer het verhaal duurt, hoe duisterder de zaken blijken te zijn. Thomas vertelt het verhaal vanuit de inwoners van het dorp, ieder met een eigen lichaamstaal en accent. Het is een complex verhaal, met meerdere tijdsprongen en wisselingen van perspectief, waardoor je niet zomaar kan wegdromen. Maar goed opletten loont: op een heel bevredigende manier vallen alle duistere puzzelstukjes van de plot in elkaar.

Hoofdpersoon Bobby Baxter, een misantroop die spreekt met een Brits accent, is het gruwelijke middelpunt van de gebeurtenissen in Hamstraden. Hij is ook intelligent, grappig en bijzonder charmant. ‘Bobby is een alter ego van mijzelf,’ zegt Thomas. ‘Hij is het resultaat van een poging om van de duisternis in mezelf een personage te maken.’ Die poging is gelukt: Bobby is duister. Bobby is het weerzinwekkendste duisterste van het duister.

Alle personages in de voorstelling zijn een soort archetypes: de jofele Burgemeester, de brute Hondenvanger, het charmante Meisje, met respectievelijk een prominent Duits, Amerikaans en Frans accent. Je voelt je al snel bekend met de personages, omdat ze zijn gebaseerd op een collectief gedachtegoed van sprookjes, boeken en films. Thomas belichaamt ze allemaal met overtuiging. ‘De voorstelling is hypergestileerd. Ik voel een heerlijke vorm van controle: elke blik die ik geef, elke verandering in mimiek, elk handgebaar is bewust gekozen.’

Thomas schreef Bobby Baxter zelf. ‘Ik ben eigenlijk altijd bezig met de performativiteit van het leven. Ook in het echte leven besteed ik veel aandacht aan hoe ik mezelf vormgeef.’

Een voorstelling met één acteur, geen decor, een minimaal kostuum en slechts een handjevol lichteffecten: het lijkt te simpel om een uur en een kwartier te boeien. Toch lukt dat Thomas heel goed. ‘Het is juist veel makkelijker om de concentratie van het publiek vast te houden als ik in m’n eentje optreed. Je hebt je met niets anders te verhouden dan de ruimte om je heen en het publiek. Als je met meerdere spelers bent, heb je te maken met hoe je de focus van het publiek richt, en het vertrouwen van spelers onderling. Er is veel meer ruis. Nu sta ik hier, dat is alles wat ik nodig heb.’

In het grote veld van Cupido’s Plak beweegt Thomas niet heen en weer, altijd blijft hij in het midden. Het heeft een hypnotiserend effect: de kleinste bewegingen in zijn gezicht en lichaam worden heel belangrijk, en tegen het einde van de show wordt op een geniale manier de aandacht voor Thomas’ handgebaren beloond. Bobby Baxter speelt twee keer per avond, met maar een korte pauze om bij te komen en opnieuw voor te bereiden, een bewonderenswaardige prestatie.

Ook al geniet hij van de autonomie, Thomas werkt zeker niet helemaal alleen: URLAND is een collectief. Een ander lid ontwierp het licht, en sporadische geluidseffecten en spook- en engelachtige muziek begeleiden de voorstelling. Ook was er een eindregisseur bij de voorstelling betrokken. Tijdens het interview in het veld kruipt er een spin over Thomas’ witte broek. ‘Ik ben hier met genoeg dieren, het is geen onemanshow maar een heelveelanimalshow.’

19 juni 2019

Oerol dagkrant / Een dag uit het leven van Soumaya Ibrahim

17 juni 2019

Oerol dagkrant / De tieners van Theater Artemis

Deel deze pagina