Nieuws  16 juni 2019

Oerol dagkrant / Boos zijn en weten dat het tot niets leidt

Als er maar één theatermaker als provocatief bestempeld zou mogen worden, dan kiest menig Oerol-ganger voor Naomi Velissariou. Redacteur Aybala wisselt met haar een hartig woordje en ontdekt dat Naomi zich misschien nog 't meest verzet tegen verzet zelf.

tekst Aybala Carlak fotografie Robin Alysha Clemens (portret) en Michiel Landeweerd (beelden uit de voorstelling)

Sinds vorig jaar Oerol, toen Naomi’s voorstelling The SK Concert op z’n zachtst gezegd wisselende reacties opriep, is zij hier een ongekend veelbesproken artiest. Haar nummer ‘Rape me till I come’ (‘verkracht me tot ik klaarkom’) is tot haar grote verbazing een culthit en haar truien met de tekst I can’t fuck, verwijzend naar seksuele traumatiek, verkopen als een dolle.

Haar nieuwe voorstelling Permanent Destruction, uitgevoerd als een commercieel concert, belooft niet minder sterke gevoelens op te roepen. De vorige ging tenminste nog over liefde, deze draait om woede, haat, dood en destructie. Geïnspireerd door de werken van Heiner Müller waant Naomi zich een technoprinses, die op sterke beats haar publiek doorboort met teksten als ‘Long live hate’, ’I want to break humanity in two’ en ‘A world without mothers’. Ze speelt een boze, extremistische feminist die haar mannenhaat exploiteert voor het publiek.

Waarom moet het allemaal zo heftig? Al voordat ik de try-out van de voorstelling zag, schoten haar hatelijke woorden bij mij in het verkeerde keelgat. Maar ook daarna bleef de verontwaardiging: is dat geprovoceer niet wat kinderlijk? Werkt deze manier van een feministische boodschap overbrengen niet averechts?

Maar Naomi en ik hebben gepraat. Dan vroeg ik haar wat ze er nou van vond, dat mensen wegliepen bij haar vorige optreden, en verwachtte ik een ergerlijke reactie. Kunstenaars voelen zich dan doorgaans gekrenkt, of zien het pretentieus als de hoogste vorm van waardering, maar Naomi zegt: ‘Eh.. leuk. Je voelt dat je stuk dan echt tot leven is gekomen.’ Opluchting. Ze blijkt normaal. ‘Pas als je de hele voorstelling ziet, weet je waar ik ongeveer op aanstuur. Dus als je halverwege wegloopt, mis je dat ik iets in het tweede deel juist weer helemaal tegenspreek.’

Contrasten komen op verschillende manieren voor in de voorstelling. De gelaagdheid en Naomi’s intelligente denkwijze maken het verwarrend en prikkelend tegelijk. Beide voorstellingen, de vorige en de huidige, zijn seksueel geladen. Vanwaar dat suggestieve, wil ik weten. ‘Het gaat allemaal niet over seks, het gaat over seksualiteit. Over geconstrueerde seksualiteit en wat popcultuur doet met seksualiteit.’ Is het dan ironie, een parodie op de industrie? ‘Ik hoop dat we verder gaan dan ironie. Eigenlijk ben ik bloedserieus. Ik imiteer popsterren, maar maak ze niet belachelijk.’

Het nummer ‘Rape me till I come’ zingt Naomi opnieuw, in een remake. Waarom vindt ze het nodig het publiek zich ongemakkelijk te laten voelen? ‘Ik vind het alleen al daarom de moeite waard om het te blijven doen, dat nummer. In dat ongemak zit toch de kern van het probleem? Het maakt niet uit dat het ongemakkelijk is, het gaat om waarom dat ongemak er is. Je moet het erover kunnen hebben.’

Een poging tot shockeren lijkt het gedurende de hele show. Ze zou het ongemak immers ook subtieler kunnen aankaarten. ‘Ik vind het helemaal niet zo shockerend wat ik doe. Ik vertel alleen wat er al gebeurt, dat wat taboe is. Maar als je dat letterlijk laat zien, is het niet meer geil voor de mensen. Ze willen ergens toch worden verleid, niet dat iemand ze met de achterkant confronteert.’

En waarom dan zo boos? Boosheid is misschien tijdelijk efficiënt, maar op de lange duur wil niemand boos zijn. ‘Ik denk zelfs dat woede helemaal niet efficiënt is’, antwoordt ze. ‘Ik denk dat woede tot niets leidt. Maar het moet wel mogen bestaan. Deze voorstelling wordt steeds beschreven als een heel feministische voorstelling, terwijl je Permanent Destruction ook kunt zien als heel anti-feministisch. Die woede die ik voel, wanneer ik denk aan #MeToo-verhalen, dan kom ik uit bij iets wat veel erger is dan seksisme. Dan kom je alleen maar uit bij nog meer haat en nog meer onderdrukking.’

Maar als dit extreem feminisme inderdaad tot niets leidt, is er dan niet een ander soort feminisme, een ideale. ‘Volgens mij bestaat dat niet. Ik weet eigenlijk ook niet of ik wel een feminist ben.’ En pas daar vinden we elkaar, daar waar we moeten praten over feministische zaken, maar onszelf niet zien door een achter de oren vastgeplakte bril. ‘Ja, je kunt alleen maar perspectivistisch zijn: ik ben wit, ik ben een vrouw, financieel bevoorrecht, et cetera. Maar ik ben er niet om mensen voor een ‘partij’ over te halen. Ik bied geen oplossing. Ik hoop slechts dat ik het probleem op scherp zet.’

Dit is unsatisfying art, zegt ze, het is geen catharsis, het geeft geen voorstel, geen duidelijke aanklacht. Het is een heleboel dingen niet, maar het is wel uitgesproken. En je kunt je vinger er niet opleggen. En dat is het grootste verzet.

15 juni 2019

Oerol dagkrant / Sinds Oerol zijn de familieverhoudingen licht veranderd

15 juni 2019

Oerol dagkrant / We zijn Robert vergeten. En Harm. En Pim!

Deel deze pagina