Armoede in Nederland

Problematiek die vraagt om normverschuiving

Het is zondag, eind van de middag. Een fysieke ontmoeting was vanwege tijd en afstand lastig in te plannen, dus treffen Lisa en Maarten elkaar op Zoom. Zij schuift aan vanuit haar woning in Harlingen, hij vanuit zijn oefenruimte in Norg. Maarten werkt daar momenteel aan zijn voorstelling ‘Hier valt niets te halen’, die in première gaat op Oerol 2021. Hij is opgeleid als acteur, maar begon een paar jaar geleden met het regisseren van zijn eigen voorstellingen.

Lisa studeerde antropologie en stortte zich in 2019 op een intensief onderzoek, met armoede in Nederland als onderzoeksthema. Een paar maanden lang bewoog ze zich door een wijk in Friesland, waar ze werkzaam was als vrijwilliger bij een bewonersbedrijf. Momenteel werkt ze aan een podcastserie met verhalen uit de wijk, die aan de hand van verschillende thema’s worden verteld door bewoners. Welke wijk dat is houdt ze bewust anoniem, om niet mee te doen aan het stigmatiseren van haar bewoners.

_______________________________________________________________________

Lisa: “Het thema armoede sprak me in eerste instantie aan vanwege mijn eigen achtergrond. Ik ben niet opgegroeid in een arme wijk, maar wel in een gezin waar weinig geld was. De eindjes moesten aan elkaar worden geknoopt, al heb ik daar als kind weinig van meegekregen. Ik begreep pas later dat geld een thema was bij ons thuis. Toen ik me voor mijn studie antropologie op dit thema stortte en aan de slag ging bij een bewonersbedrijf, kwam ik er al vrij snel achter dat het daar heel andere koek was. Niet te vergelijken met hoe ik vroeger ben opgegroeid. Ik dacht: hier is écht geen geld.”

Maarten: “Ik herken die misvatting. Ook ik kwam in aanraking met het onderwerp vanuit een persoonlijke invalshoek. Ik besefte op een bepaald moment dat ik mij als kunstenaar al een groot deel van mijn leven op de Nederlandse armoedegrens bevind. Het maakte me nieuwsgierig naar mensen onder die grens. Toen ik mezelf in hen begon te verdiepen, werd ik geconfronteerd met mijn eigen naïviteit. Ik ben in Kameroen geweest. De verschillen tussen mij en de mensen met wie ik daar optrok hadden natuurlijk onder andere te maken met een verschil in inkomen. Maar eigenlijk bestaat hier in Nederland een grotere kloof tussen mijzelf en de gescheiden man die met geldproblemen leeft drie straten verderop. Dat vond ik shockerend.”

Lisa: “Waaraan zag je dat die kloof zo groot was?”

Maarten: “Onder andere aan het verschil in visie op hoop en in eigenwaarde. In mijn geval zijn er hoopgevende dingen waar ik me aan vastklamp als ik problemen heb, zoals muziek. Ik vroeg aan iemand die met armoede kampt naar welke strohalm hij grijpt als hij het niet meer ziet zitten. “Pillen”, antwoordde diegene toen. Ik dacht even dat hij het over drugs had, maar hij doelde op zelfmoord. Dat vond ik erg confronterend. Het was voor mij lastig te bevatten hoe groot en levensbedreigend deze problematiek is.”

Lisa: “Armoede is inderdaad zoveel meer dan alleen gebrek aan geld. Er zijn geen reserves meer, op heel veel vlakken, en daardoor is het probleem op een gegeven moment niet meer te overzien. Het heeft effect op iemands mentale toestand, dat constante gevoel van afhankelijkheid. Je moet ergens aan voldoen waar je onmogelijk aan kunt voldoen. Daardoor blijven de consequenties zich maar opstapelen.”

Maarten: “Waar moet je aan voldoen?”

Lisa: “Aan een bepaalde norm die wordt gesteld vanuit de overheid. Bij mensen die daar niet aan kunnen voldoen, zit vaak heel veel stress en teleurstelling, want ze willen er dolgraag aan voldoen. Ik sprak bijvoorbeeld met een jonge alleenstaande vader van twee kinderen. Hij had te maken met zeven instanties. Van elke instantie moest hij aan bepaalde voorwaarden voldoen, maar sommige instanties spraken elkaar daar ook in tegen. Zo was er een instantie die vond dat hij zijn schulden zo snel mogelijk op orde moest krijgen. Maar een tweede instantie wees hem erop dat hij een laminaatvloer op de kamer van zijn kinderen moest kunnen leggen, want anders kon hij zijn recht op co-ouderschap verliezen. Dit betekende dat hij geld moest lenen bij een derde instantie, waardoor de eerste instantie hem op de vingers tikte, omdat zijn schulden opliepen, en hem kortte in zijn weekbudget. Ik heb veel verwarring gezien en kan me volledig voorstellen dat uit deze situaties veel teleurstelling en moedeloosheid voortkomt.”

“De persoonlijke verhalen zijn nooit leidend. Wel leidend is datgene wat uiteindelijk behaald moet worden. Als je dat niet behaalt, doe je het verkeerd. Dat is natuurlijk een tragische gedachte. Ik wil niet zeggen dat alle instanties die zich hard maken voor deze problematiek het verkeerd doen, maar er wordt weinig geluisterd naar persoonlijke verhalen. Gesprekken worden doorgaans vanuit een wantrouwende houding gevoerd. Die communicatie is schadelijk voor veel mensen en ik denk dat daar nog veel te winnen valt.”

Maarten: “Dat ben ik met je eens. Het is belangrijk om je eigen oordeel uit te stellen. Je eigen gedachten over deze problematiek zijn vaak beperkt. Als je dat niet onderkent, maakt dat de communicatie heel moeilijk. Mijn ervaring is ook dat als iemand iets lukte dat het bijna was ondanks en niet dankzij de regels die instanties hadden.”

Lisa: “Daarom is het belangrijk dat er ook mensen zijn die niet worden geleid door opgelegde regels. Ik snap dat regels er zijn, maar soms is iets ook gewoon een kwestie van mens tot mens.”

Maarten: “Hoe we denken over wat armoede is, wordt volgens mij overigens niet alleen bepaald door het beleid, maar ook door de cultuur die wij samen scheppen. Veel mensen die ik gesproken heb, verkozen bijvoorbeeld de term geldproblemen boven armoede. Ik vind dat zelf ook een beter begrip. Juist omdat beeldvorming zo belangrijk en een groot onderdeel van het stigma en het probleem is.”

Lisa: “Dat klopt. In de wijk waar ik werkte, staat sinds een aantal jaren terug de stempel Vogelaarwijk gedrukt. Dat heeft direct effect op bewoners van die wijk. Die stempel zegt dat je in een achterstandswijk woont en daarmee achterstaat op de rest van Nederland. Je hebt nog niets gedaan, maar je staat dus 1-0 achter door alleen al in een bepaalde wijk te wonen. De levensverhalen van de individuen in zo’n wijk horen we zelden. Verder dan de nieuwsberichten en de cijfers gaat het niet.”

Maarten: “Het was ontzettend moeilijk om mensen te vinden die met mij in gesprek wilden gaan over deze problematiek. Er is een grote groep mensen die volstrekt onzichtbaar is en ook geen behoefte heeft om te praten, laat staan om hulp te vragen. De mensen die ik gesproken heb, vormen alleen nog maar het bovenste laagje. Daaronder heb je nog heel veel mensen die je waarschijnlijk nooit zult horen. Neem Groningen, waar in sommige wijken 53% van de inwoners op bijstandsniveau leeft. Dat is zo’n grote groep mensen. Ik leef in mijn eigen bubbel en ging er tot voor kort van uit dat die bubbel vrij normaal was. Je kunt eigenlijk beter zeggen dat het andere de norm is.”

Lisa: “Dat is een mooie manier om ernaar te kijken.”

Maarten: “Als we het democratisch zouden bekijken en de meeste stemmen gelden, vormen mensen met geldproblemen in sommige wijken in Groningen de norm. Het kleine groepje mensen dat het beter heeft, zou zich veel verantwoordelijker mogen voelen om in contact te komen met hen. Of zou in elk geval naar hen moeten luisteren, zonder oordeel. Het is moeilijk om de wereld op die manier te zien, omdat je zo gewend bent om vanuit je eigen perspectief te kijken.”

Lisa: “Die verandering van een maatschappelijk perspectief ten opzichte van dit thema voelt wel als een eerste stap richting een oplossing. Om armoede als norm te gaan zien, in plaats van het te beschouwen als iets afwijkends.”

Maarten: “Ik denk ook dat dat een begin is, inderdaad. De problematiek vanuit een ander perspectief bekijken en opnieuw definiëren. Wat is het probleem en van wie is het probleem? Het is namelijk ook mijn probleem. Ik weet dondersgoed dat ik er onderdeel van ben, omdat ik er op een bepaalde manier naar kijk. Als ik vind dat ik mijn successen zelf heb verdiend, impliceer ik daarmee ook dat een ander schuldig is aan zijn eigen ongeluk. Zeker in de maatschappij van nu, waarin je succes naar buiten brengen zo belangrijk is en iedereen zich met elkaar vergelijkt, kan ik me voorstellen dat zulke implicaties aan iemands eigenwaarde gaan zitten. Een verandering van perspectief zou een beginstap kunnen zijn, maar ik heb het gevoel dat we juist de andere kant opgaan en verder van zo’n verandering af komen te staan.”

Lisa: “Is die verandering van perspectief ook onderdeel van jouw voorstelling?”

Maarten: “Ik zit nog midden in de onderzoeksfase. Het wordt al snel te moralistisch. Eigenlijk wil ik voornamelijk de mensen zelf aan het woord laten.”

Lisa: “Dat herken ik heel erg. Ik vind dit een heel belangrijk thema, maar ik vind het ook ongemakkelijk om erover te praten in afwezigheid van de mensen over wie het gaat. Precies zoals nu eigenlijk. Ik ben aan het pleiten voor meer transparantie en inzicht in verhalen van mensen die in dergelijke situaties verkeren en vervolgens ben ik zelf degene die aan het woord is. Is dat wel de goede manier?”

Maarten: “Veel van de mensen over wie het gaat praten er uit zichzelf niet snel over, omdat het onderwerp gepaard gaat met veel schaamte. Ik vind het belangrijk dat dit gesprek gaande blijft en draag daaraan bij op mijn manier. Met theater kun je een verhaal vertellen doordat je het vormgeeft. De mensen zijn dan misschien niet letterlijk aan het woord, maar je zoekt verbanden en probeert die op een intellectuele manier bij elkaar te brengen, om er vervolgens met elkaar over te kunnen praten. Het gaat immers ook over iedereen die niet in armoede leeft, want zoals we eerder bespraken zijn ook zij onderdeel van de problematiek.”

Lisa: “Nodig je de mensen die je geïnterviewd hebt ook uit bij je voorstelling?”

Maarten: “Ja.”

Lisa: “Speelt die gedachte dan ook mee in hoe je nu te werk gaat?”

Maarten: “Nou, ik weet dus niet of ik een voorstelling maak specifiek voor hen, want ik kan niet voor hen spreken. Dat kan ik wel voor mezelf en andere mensen die niet in armoede leven. Als ik een voorstelling maak, probeer ik mijn eigen manier van kijken te verruimen en hopelijk daarmee ook die van andere mensen in het publiek. Ik gun mezelf een bepaalde artistieke vrijheid om met mijn voorstelling een specifiek gedeelte van een onderwerp te belichten en zie het als onderdeel van een voortgaande discussie. Ik ben uiteindelijk ook maar weer iemand die iets zegt over dit thema. Mijn intenties zijn puur en meer dan dat kan ik denk ik niet beloven, want dan sla ik het proces dood. Dan wordt het heel moeilijk om nog iets te maken. Hoe zit dat bij jou?”

Lisa: “In mijn podcast komen de mensen die ik gesproken heb zelf aan het woord. Veel van hen hebben er behoefte aan om juist het verhaal van binnenuit te tonen. Dat is ook een van de redenen waarom ik deze serie zo graag wil maken.”

Maarten: “Dus dan vervul je met jouw podcast ook een behoefte?”

Lisa: “Ja, ergens wel. Als zo’n duidelijk beeld van jou wordt gecreëerd, zonder dat je daar zelf iets over te zeggen hebt, snap ik dat je behoefte krijgt om dat beeld anders vorm te geven. In plaats van dat je telkens maar als bewoner van een heel arme wijk wordt neergezet. Ik zou het heel prettig vinden als wordt geluisterd naar de verhalen van mensen die ik heb leren kennen en waar wie ik van alles en nog wat heb geleerd. Dat het wantrouwen van buitenaf een klein beetje minder wordt en er compassie voor in de plaats komt.”

Maarten: “Wat was je meest hoopgevende ervaring?”

Lisa: “Werken bij het bewonersbedrijf. Dat was een plek waar mensen uit de wijk het voor het zeggen hadden. Ze voelden zich verantwoordelijk voor wat in de wijk gebeurde en zetten zich daar honderd procent voor in. Op die plek zag ik eigenwaarde en zelfvertrouwen opbloeien. Iets wat absoluut niet het geval was wanneer iemand vanuit de overheid moest solliciteren en ergens terechtkwam waar diegene eigenlijk helemaal niet wilde zijn. Bij het bewonersbedrijf werden mensen niet vanuit diezelfde dreigende, wantrouwende manier benaderd. Daar ging het over de personen en niet over statistische of cijfermatige

informatie.”

Maarten: “Was het bewonersbedrijf gestart vanuit mensen die zelf in armoede leven?”

Lisa: “Ja, dus iedereen die erbij betrokken was begreep de situatie waarin de ander verkeerde. Dat begrip ontbreekt vaak bij instanties.”

Maarten: “Het is best hard werken om je eigen vooroordelen uit te stellen en ervoor open te staan om écht te luisteren. Ik denk dat dat ook maatschappelijk gezien een onderdeel van dit probleem is.”

Lisa: “Ja, eigenlijk zou je langer moeten doorvragen, in plaats van te snel je eigen conclusies trekken.”

Maarten: “Dat vond ik ook heel confronterend aan mijn eerste interviews. Toen ik de opnames terugluisterde, hoorde ik dat ik veel conclusies trok die diametraal stonden tegenover wat de ander bedoelde. Een oplossing is lastig te vinden, maar ik hoop wel dat het probleem in al zijn nuance en diepte zichtbaarder wordt. De goede vragen stellen zonder oordeel is al heel gecompliceerd, merkte ik zelf, maar door daarnaar te blijven zoeken komt het antwoord hopelijk vanzelf dichterbij.”

Lisa: “Ik vind het een heel prettige, vernieuwende gedachte, die normverschuiving die jij opperde. Het is iets waaraan we in dit land grote waarde hechten, het voldoen aan een bepaalde norm. Terwijl onze norm statistisch gezien niet de norm zou moeten zijn. Door zo te redeneren verschuiven we de macht naar een groep mensen die zich nu machteloos voelt. Wie weet kan dat een begin zijn.”

Door Bente Hout

Deel deze pagina